
Minitaalcursus
Op vakantie net wat makkelijker contact maken? Met een paar basiszinnen kom je vaak al verrassend ver. We hebben de handigste woorden en zinnen voor je verzameld in vier talen: perfect voor op reis. Kies je taal, bekijk handige zinnen per situatie, van begroeten tot bestellen en wat te doen bij noodgevallen.
Mini taalcursus
Frans
Groeten en Basiszinnen
Bonjour (bohn-zjoer) – Hallo / Goedemorgen Bonsoir (bohn-swahr) – Goedenavond Salut (sa-loe)– Hoi Au revoir (oh ruh-vwar) – Tot ziens Merci (mehr-see) – Dank je wel Merci beaucoup (mehr-see boh-koo) – Heel erg bedankt S’il vous plaît (seel voo pleh) – Alstublieft Excusez-moi (ehk-skew-zay mwah) – Pardon / Excuseer mij Nous sommes en vacances en voiture (noe som an va-kanz an vwha-tyr) – Wij zijn met de auto op vakantie Nous roulons avec une voiture de location d’Ayvens (noe roe-lon a-vek oen vwha-tyr de lo-ka-sjon da-i-vens) – We rijden met een leaseauto van Ayvens Oui (wee) – Ja Non (noh) – Nee
In een restaurant
Un menu, s’il vous plaît. (uhn meh-nu seel voo pleh) – Een menu, alstublieft L'addition, s'il vous plaît. (la-dee-syon seel voo pleh) – De rekening, alstublieft Je voudrais… (juh voo-dray) – Ik wil graag … Je voudrais un café. (juh voo-dray uhn kah-fay) – Ik wil graag een koffie.
Noodgevallen
Appelez une ambulance ! (ah-puh-lay oen am-byu-lahns) – Bel een ambulance! J’ai perdu mon portefeuille (zhay pehr-doo mon poor-teh-fweh) – Ik ben mijn portemonnee verloren Où sont les toilettes ? (oo sohn lay twa-let) – Waar zijn de toiletten?
Getallen
Un (uh) – Eén Deux (duh) – Twee Trois (trwah) – Drie Cinq (sank) – Vijf Dix (dees) – Tien
Duits
Groeten en Basiszinnen
Hallo (ha-lo) – Hallo Guten Morgen (goe-ten mor-gen) – Goedemorgen Guten Abend (goe-ten aah-bend) – Goedenavond Tschüss (tjoes) – Dag / Tot ziens Auf Wiedersehen (auf vee-der-zay-en) – Tot ziens Danke (dan-ke) – Dank je wel Danke schön (dan-ke schern) – Heel erg bedankt Bitte (bit-te) – Alstublieft Entschuldigung (ent-shool-di-goeng) – Excuseer mij Wir machen mit dem Auto Urlaub (veer ma-guhn mit dem ou-toe oer-laup) – Wij zijn met de auto op vakantie. Wir fahren ein Leasingauto von Ayvens (veer fa-ren ain lie-zing-ou-to fon ai-vens) – We rijden met een leaseauto van Ayvens Ja (jaa) – Ja Nein (nayn) – Nee
In een restaurant
Ein Menü, bitte (ayn meh-noe bit-te) – Een menu, alstublieft Die Rechnung, bitte (dee rekh-noeng bit-te) – De rekening, alstublieft Ich möchte … (ikh merkh-te) – Ik wil graag … Ich möchte einen Kaffee (ikh merkh-te aay-nen kah-fee) – Ik wil graag een koffie.
Noodgevallen
Rufen Sie einen Krankenwagen! (roo-fen zee aay-nen krank-en-vah-gen) – Bel een ambulance! Ich habe mein Portemonnaie verloren. (ikh hah-be mein port-e-mo-nay fer-lo-ren) – Ik ben mijn portemonnee verloren Wo sind die Toiletten? (voh zind dee twa-let-ten?) – Waar zijn de toiletten?
Getallen
Eins (ayns) – Eén Zwei (tsw-eye) – Twee Drei (dry) – Drie Fünf (fuenf) – Vijf Zehn (tsayn) – Tie
Spaans
Groeten en Basiszinnen
Hola (o-la); – Hallo Buenos días (bwe-nos dee-as) – Goedemorgen Buenas tardes (bwe-nas tar-des) – Goedemiddag / Goedenavond Adiós (a-die-os) – Tot ziens Gracias (gra-sjas) – Dank je wel Muchas gracias (moe-tjas gra-sjas) – Hartelijk dank Por favor (por fa-vor) – Alstublieft Perdón / Disculpe(per-don / dis-koel-pe)– Pardon / Excuseer Estamos de vacaciones en coche (es-ta-mos de va-ka-sjo-nes en ko-tsje) – Wij zijn met de auto op vakantie Conducimos un coche de alquiler de Ayvens (kon-doe-thie-mos oen ko-tsje de al-ki-ler de ai-vens) – We rijden met een leaseauto van Ayvens Sí (sie) – Ja No (no) – Nee
In een restaurant
Una mesa para dos, por favor (oe-na mee-sa pa-ra dos, por fa-vor) – Een tafel voor twee, alstublieft La cuenta, por favor(la kwehn-ta, por fa-vor) – De rekening, alstublieft Quiero …(kje-ro) – Ik wil graag … Quiero un café. (kje-ro oen ka-fé) – Ik wil graag een koffie
Noodgevallen
Ayuda! (a-joo-da) – Help! He perdido mi cartera (e per-die-do mie kar-te-ra) – Ik ben mijn portemonnee kwijt Llame a una ambulancia (ja-me a oe-na am-boe-lan-sja) – Bel een ambulance
Getallen
Uno (oe-no) – Eén Dos (dos) – Twee Tres (tres) – Drie Cinco (sin-ko) –Vijf Diez (djeth) – Tien
Italiaans
Groeten en Basiszinnen
Ciao (tsjauw) – Hallo / Dag Buongiorno (bwon-dzjor-no) – Goedemorgen Buonasera (bwo-na-se-ra) – Goedenavond Arrivederci (ar-rie-veh-der-tsjie) – Tot ziens Grazie (grat-sie) – Dank je wel Grazie mille (grat-sie mil-le) – Heel erg bedankt Per favore (per fa-vo-re) – Alstublieft Mi scusi (mie skoe-zie) – Excuseer mij Siamo in vacanza in auto (sjah-mo in va-kan-tsa in au-to) – Wij zijn met de auto op vakantie. Guidiamo un’auto a noleggio di Ayvens (gwid-ja-mo oen au-to a no-led-djo di ai-vens)– We rijden met een leaseauto van Ayvens Sì (sie) – Ja No (no) – Nee
In een restaurant
Un tavolo per due, per favore (oen ta-vo-lo per doo-e, per fa-vo-re) – Een tafel voor twee, alstublieft. Il conto, per favore (il kon-to, per fa-vo-re) – De rekening, alstublieft. Vorrei … (vor-ray) – Ik wil graag … Vorrei un caffè (vor-ray oen kaf-fè) – Ik wil graag een koffie.
Noodgevallen
Aiuto! (a-joe-to!) – Help! Ho perso il mio portafoglio. (o per-so il mio por-ta-fo-ljo) – Ik ben mijn portemonnee kwijt Chiami un’ambulanza! (kjah-mie oen am-boe-lan-za!) – Bel een ambulance!
Getallen
Uno (oe-no) – Eén Due (doe-e) – Twee Tre (tre) – Drie Cinque (tsjien-kwe) –Vijf Dieci (dje-tsjie) – Tien








