
Aanpassingen pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s: praktische uitzonderingen en lagere regeldruk
Het kabinet stelt een aanpassing voor van de regels rond de aankomende pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s. Het kabinet wil een balans vinden tussen het oplossen van specifieke knelpunten en het uitvoerbaar en begrijpelijk houden van de regeling. Ook wil het kabinet de bekendheid van de regeling onder werkgevers vergroten via een informatiecampagne.
De pseudo-eindheffing gaat op 1 januari 2027 in. Werkgevers betalen dan 12% extra belasting over de cataloguswaarde van fossiele auto’s die zij aan medewerkers beschikbaar stellen voor privégebruik.
Praktische uitzonderingen voor werkgevers
Na gesprekken met de sector stelt het kabinet de volgende aanpassingen voor.
Een vrijstelling voor tijdelijke vervangende auto’s. Werkgevers hoeven geen belasting te betalen als een auto tijdelijk wordt vervangen, bijvoorbeeld door schade of onderhoud. Deze uitzondering geldt voor maximaal 14 aaneengesloten dagen.
Ook voor kortdurend gebruik komt er meer ruimte. Werkgevers mogen straks één keer per jaar een fossiele auto inzetten voor maximaal 7 dagen zonder pseudo-eindheffing. Deze regeling geldt tot 1 januari 2031 en is vooral bedoeld voor situaties zoals huurauto’s of tijdelijk vervoer.
Overgangsregeling verlengd tot 2031
Daarnaast verlengt het kabinet de overgangsregeling. Bestaande auto’s die vóór 1 januari 2027 in gebruik zijn genomen, blijven vrijgesteld tot 1 januari 2031. Eerder lag die datum nog in 2030.
Deze aanpassing zorgt volgens het kabinet voor minder administratieve lasten, omdat werkgevers hun administratie niet halverwege het boekjaar hoeven aan te passen.
Specifieke vrijstellingen en verduidelijkingen
Voor enkele specifieke situaties zijn extra regels vastgesteld:
- Lesauto’s worden vrijgesteld van de pseudo-eindheffing. Rijscholen zijn nu nog vaak afhankelijk van fossiele auto’s en hebben moeite om privégebruik volledig uit te sluiten.
- Bij het gebruik van een taxi als passagier geldt de regeling niet. Er is geen sprake van een terbeschikkingstelling van een auto.
- Voor werknemers die deels in het buitenland werken, kan de belasting worden verdeeld volgens internationale afspraken.
Ook is duidelijk gemaakt hoe de regeling werkt bij organisatieveranderingen. Bij een fusie of overname blijft het overgangsrecht bestaan. Gaat een medewerker naar een andere werkgever? Dan vervalt dit recht.
Meer duidelijkheid, maar ook meer complexiteit
Met de aanpassingen wil het kabinet de regels beter laten aansluiten op de praktijk. Tegelijk erkent het dat extra uitzonderingen de regeling complexer maken.
Daarom komt het kabinet ook met een informatiecampagne om werkgevers beter te informeren over de nieuwe regels.
Elektrisch rijden blijft de norm
De kern van de maatregel blijft ongewijzigd. De overheid wil dat werkgevers sneller overstappen op elektrische auto’s. De pseudo-eindheffing maakt het gebruik van fossiele auto’s duurder en stimuleert zo de overgang naar elektrisch rijden.
Evaluatie in 2030
De regeling wordt in 2030 geëvalueerd. Dan kijkt het kabinet of de aanpassingen effect hebben en of verdere wijzigingen nodig zijn.



.jpg?rev=779abdcda973468eb0775606c1e000b6&mw=600&io=transform%3Afill%2Cwidth%3A600)